Nederland

Belgie

Overige landen

Startpagina

Inleiding

Frankrijk

 Verdieping hart-toverknoop 0.1-6c Nederland

_______________________________________________________________________________________

G. De Donderbezem

#pic_1085

Inleiding

#pic_1084  Verdieping hart-toverknoop 0.1-6c Nederland

______________________________________________________________________________________

H. Het Calvariekruis

Verdieping donderbezem-eind 0.1-6d

_____________________________________________________________________________________

I. Het Odalrune

#inl-8-04 Achtergronden van (klik op) de tekens: A. De Ruit B. Hexagram  C. Vuurslag D. Maalkruis/schuinkruis E. Hart F. Toverknoop G. Donderbezem H. Calvariekruis I. Odalrune

Angst voor bliksem en ander onheil

 

De mensen in vroeger tijden hadden heel wat geluk nodig om enigszins aangenaam door de tijd te komen. Pijn, dood, verderf en rampen lagen continu op de loer. En aangezien men niet, zoals nu, de oorzaak kende van ziekten en rampen, werden ze toegeschreven aan demonen en geesten. Wezens, die je  maar het liefst ver van je huis en haard hield.

En wat er was aan kennis was bekend uit oude overlevering.




Sedum oftewel huislook, dat ook wel donderbaard genoemd werd, liet men op het dak groeien, waar het zou beschermen tegen blikseminslag, maar het hielp daarbij ook nog eens tegen kiespijn.


Maar ook de bezem, het instrument waarmee je de vuiligheid uit je huis bezemde of iemand mee achterna kon zitten om hem een pak rammel te verkopen, kon de kwade geesten van huis weghouden.

Bezems werden met dit doel soms opgehangen tegen de gevel.

Bossen stro werden in nog oudere tijd op het rieten dag gelegd als afweer.



Op de foto hiernaast zien we aan deze vakwerkboerderij in Altengamme (bij Hamburg) een bezem, gemetseld in de muur.

Met welke bedoeling: vermoedelijk: het weghouden van geesten en demonen en het beschermen tegen blikseminslag.

 



Muurteken in Elburg

 

Het teken op de muur van Elburg, de Germaanse Hagalrune staat ook bekend donderbezem


De donderbezem als teken zou nog teruggaan op het Germaanse geloof in Donar, de god van de donder.


 Zoals hier op de middeleeuwse stadsmuur kunnen we het ook nog op vakwerkhuizen in Twente tegenkomen.


De donderbezem kan ook voorkomen als een metalen muuranker in de vorm van een hamer (omgekeerde T).


Muurankers zoals bovenaan de poort kunnen ook gewoon een functionele vorm hebben. Het is hier wel erg aantrekkelijk om er afwerende X-figuren in te zien.


Hagalrune in Ootmarsum

 

Ook in Twente kent men nog de donderbezem. Bij restauraties wordt hij soms weer aangebracht op woningen

Topgevelteken

 

Maar de donderbezem werd ook als topgevelteken aangebracht. We zien dit op tal van plekken in ons land.

 

Donderbezemmotief (19e eeuw) uit Buurse (gem. Haaksbergen). Het origineel wordt bewaard in het Rijksmuseum te Enschede. Deze donderbezems zouden ook wel eens verband kunnen houden met de latere levensbomen. 

 

Op zich is het heel onduidelijk, wanneer een topmakelaar (want zo heet zo'n houten paal/lat) een donderbezem genoemd kan/mag worden. Iedereen roept maar wat.

Het is geen vaststaand motief. Je komt de donderbezem als makelaar in allerlei vormen tegen.


Offergave?

 

De korenaar (nog het vaakst donderbezem genoemd) zou nog wel eens verband kunnen houden met de strobossen, die ooit op het dag gelegd werden. Het draait mogelijk om dezelfde offergave: een bundel graanhalmen, om de goden gunstig te stemmen.

Dan kan ook de bezem een verre afgeleide zijn van die graanhalmenbundel.


Uit: Ton de Joode: Folklore in het dagelijks leven


Sedum of donderbaard

Altengamme a/d Elbe: donderbezem in steen

Vischpoort Elburg stadszijde: muurteken links op de stadsmuur.



Elburg: stadsmuur met muurteken


Ootmarsum: oud muurteken aangebracht bij restauratie.


Donderbezem

Kortessem: hoeve Dessener  (Foto: Marc Robben)


Huisgeest

Bij het bouwen van een huis werd een "bouwoffer" gebracht, omdat dit geluk brengt, meestal gebeurde dit in de vorm van een munt die onder de fundering of de drempel wordt gelegd.

Ook geloofde men dat elk huis een goed "huswicht" (huiswicht, huisgeest) bezit, die het gezin zou beschermen tegen onheil. Bij het verhuizen nam men dan ook plechtig afscheid van de oude geest en probeerde men de geest van het nieuwe huis gunstig te stemmen.


Hiernaast een voorbeeld van een muuranker in T-vorm. Met de hagalrune (overdwars) in het metaal aangebracht.



Kruiningen

Renesse

Eemnes

Kasterlee-Tielen (BE)

Rijkevorsel (BE)

Zoersel (BE)


Beaurain (FR)

Zandhoven (BE)

Aagtekerke

Het Kalvariekruis


Een metselteken dat we vaak tegenkomen op de oude bakstenen muren is een Latijns kruis op een driehoekige verhoging, vaak bestaand uit drie treden.  Deze kruisvorm staat bekend als calvariekruis. De drie treden worden verondersteld symbool te staan voor de drie belangrijkste deugden: geloof, hoop en liefde.


Calvarie is het uit het Latijn afgeleide woord voor een symbolische voorstelling van de kruisiging van Jezus Christus op de berg Golgotha.

De naam komt van het Latijnse calvaris dat schedel betekent (Golgotha is de Griekse vertaling van schedel uit het Aramees). De heuvel werd geacht de plaats te zijn waar Adam begraven was en stond derhalve bekend als de `plaats van de schedel`.


Terwijl protestanten als symbool hebben gekozen voor een leeg kruis, als teken van de opgestane Heer, hebben katholieken vastgehouden aan een kruis met corpus., zodat de lijdende Heer alle aandacht krijgt. Het Calvariekruis is dan ook een katholieke voorstelling van het christelijk symbool.

 

Als in Nederland vanaf ca. 1580 praktisch alle kerken in handen komen van de protestanten zien we in ons land geen calvariekruisen meer op de kerkmuren, nog wel af en toe op muren van boerderijen van katholieke eigenaars.

De verhoging van drie treden, maakt het ook beter mogelijk om het kruis ruimtelijk op een tafel of altaar neer te zetten.


Aangezien er in bakstenen muren geen kans is op het weergeven van een kruis met corpus, hecht men aan het Calvariekruis ter vervanging. Daarom zien we het in katholieke streken ook nog tot in de  17e eeuw, in protestantse streken eindigt het dus voor zo ver het kerken betreft.



Kesterheide: calvariekruis

St Servaasbasiliek te Maastricht heet een tijdlang calvariekruisen op de torens gehad. Ze waren gevormd uit lichtgetinte leien.

De wonderlijke vorm van de Calvariekruisen op de torens wordt een stuk logischer als we zien hoe calvariekruisen dikwijls werden voorzien van een driehoeking dakje.


Naaldwijk

Hoorn

Leiden

Vaux-les-Rubigny (Fr)

Asperen

De Odal is één van de Germaanse runetekens die nog her en der gevonden worden, zoals we hierboven kunnen zien.  De vorm ervan kan nog al verschillen, zoals we hieronder nog zullen zien.

We komen sommige runetekens nog lang tegen, aangezien ze voor de mensen in de latere middeleeuwen nog steeds een bijzondere symbolische waarde vertegenwoordigden.  

Dat er dan al lang in het Latijnse schrift wordt gecommuniceerd, doet hier niets aan af. De waarde om teksten te maken uit runenschrift was hier in onze streken, voor zover valt na te gaan, toch maar erg beperkt.


 

Aanvankelijk waren het magische tekens, die gebruikt werden bij voorspellingen door de priester/sjamaan van de stam. Elke rune had een speciale klank en betekenis en sommige waren met een god(-in) verbonden. De runen werden op langwerpige staafjes geritst (= gekerfd), die de sjamaan dan als een soort micado op de grond liet vallen, waarna deze er de toekomst uit kon aflezen.

Pas in latere tijd (tot ca. 1000 na Chr.) werden er ook woorden/teksten mee geschreven.



Hierboven zien we op 2 oude koekplanken (gevonden in een kroeg in Stolwijk) odaltekens aangebracht. Een viertal op de manspersoon en slechts één op de vrouwspersoon. Er bestaan verschillende runenalfabetten, afhankelijk van tijden en plaatsen, waar Germaanse stammen woonden. Gezien de overeenkomsten met het Etruskische alfabet, is het het meest waarschijnlijk, dat rondtrekkende Etrusken (uit noord-Italië) de runen naar het noorden hebben gebracht.


Variatie in de odal-vorm

 

In de Germaanse cultuur was de odal-slinger een geliefd symbool. Het teken stond voor het eigengeërfd grondbezit en drukte iets uit in de zin van rechtmatig eigendom gekoppeld aan het stemrecht en het recht om maatschappelijke functies te bekleden. De odal is feitelijk een runeteken, een van de letters in het Germaanse alfabet (= het futharc). Hij komt in verschillende vormen voor.


Friese ûleborden


We zien het veel aan gevels als een dubbele voluut in de vorm van een krakeling. Het is erg waarschijnlijk dat de zwanen op de Friese ûleborden ontleend zijn aan het motief van de odal (vergelijk de foto's onder van Sloten en Sondel). Het teken komt ook veel in de volkskunst voor: op merklappen, koekplanken, molens, dakkajuiten en schepen.


Het is grappig om ook buiten Friesland  ûleborden tegen te komen. Hier nog eentje in Kolderveen, in de kop van Overijssel, die ook laat zien dat de zwaan hoogstwaarschijnlijk uit de odal is voortgekomen.


In bovenlichten

 

In bovenlichten is het steeds oppassen of de symboliek nog wel op de odal is gebaseerd. Bij dit 19e-eeuwse (?) bovenlicht in Deventer lijken de krullen bijna eerder op dollartekens.


Huismerken


De odal kan ook rechthoekige vormen aannemen. Op die manier komt hij veel in huismerken (= vroegere handtekeningen) voor. Wie zijn huismerk in hout moest ritsen, deed dit gemakkelijker met rechte lijnen dan met kromme.


Topgevelteken in Huizen

 

Topgevelteken in Huizen, waarin de odal nog steeds als motief te herkennen is. De symmetrische uitvoering doet denken aan de Friese ûleborden.


Ook de hand wordt gezien als een zegenend teken. Hier in Huizen als windhaan op de makelaar aan de gevel.


Odal of voluut?


Het is onwaarschijnlijk dat er zo maar toevallig een paar krakelingvormige slingers in de nok als versiering zijn aangebracht.

Deze odalvormen moeten hun oorsprong nog ergens hebben in de overgeleverde volkskunst. Dat dit versieringen zijn die via de classicistische weg tot ons zijn gekomen is niet helemaal onmogelijk, ook dat kan een route zijn.


Oud-Hollandse koekplanken met odalmotief: bij de man 4 tekens, bij de vrouw 1.


Runenrij, futhark genoemd naar de eerste 6 runen. De odal is hier als een na laatste weergegeven.


Oude vormen van de odal. Slechts enkele ervan konden zich nog een tijdlang handhaven onder het christendom in onze streken.

Nieuwere vorm van de odal, zoals in de futhark runen-reeks.

Sondel: ulebord met odalslingers.

Kolderveen: ulebord met odalslingers.

Ulebord in Sloten van het Gaasterlandse type.

Deventer 20e eeuw:odal-tekens of misschien dollars?  


Huismerken op grafzerken van Deventer kerken


19e eeuws woonhuis in Gouda: het odal-motief als gevelversiering


Boerderij in Stolwijk: de odal begint een vrijere vorm aan te nemen


Huizen: topgevelteken waarin odalmotief nog herkenbaar is.


Odal-slingers op molenbord

 

Hiernaast is de molen van Bergambacht uit 1869 te zien. Ook hier zijn op het bord achter de wieken een paar odalslingers (of klassieke voluten) aangegeven.


Op stoepstenen

 

Of hier in Enkhuizen aan de zijkant van deze oude stoeptreden. Die moeten er bewust voor de sier (?) in zijn aangebracht. In natuursteen uithouwen is dan toch nog altijd wat meer werk dan gieten in beton.


De klassieke voluut

 

De andere route is vanuit de klassieke oudheid. Ten tijde van de Renaissance en de latere Classicistische perioden, werd een groot scala aan klassieke motieven uit Italië naar hier gehaald en daarbij werd de voluut graag en veel toegepast.

 

Ze komt vanouds voor op de Ionische kapitelen. De Germaanse odal en spiraal zijn bij ons vermengd geraakt met de klassieke voluut, waardoor het in veel gevallen onduidelijk is naar welke traditie je eerst en laatst moet kijken.

 


De voluut in klauwstukken


Op onze Nederlandse gevels zien we voluten vooral als klauwstukken bij tuit-, hals- en klokgevels, rondom deurpartijen, vensteromlijstingen, en in de zijboorden van dakkapellen.

Er kan natuursteen of hout zijn gebruikt. Zandsteen is een wat zachter soort natuursteen, die zich gemakkelijker laat bewerken. Daardoor is zandsteen veel toegepast. Nadeel is dat het ook sneller verweerd, waardoor de vormen eerder afslijten.


Haarlem

 

Bij ons zien we de klassieke voluut tussen 1600 en 1900 meestal in klauwstukken, symmetrisch geplaatst aan de gevel. Boven: het stadhuis te Haarlem.


Molen (1869) te Bergambacht (ZH) met odaltekens op het naambord


Enkhuizen: odaltekens op zijkant stoep in natuursteen gehouwen.



Deventer: voluten in een snijraam. Een soort neo-Lod. XVI-stijl.


Didyma-Turkije: Voluten verbonden met palmetten in het midden.


Top grafsteen uit Perinthos, Turkije eind 6e eeuw BC, ooit rood en blauw geschilderd


Ionische zuil met zijn kenmerkende voluten


Stadhuis Haarlem 1633 met voluten in de klauwstukken


Stadhuis Haarlem: gedeeltelijke voluten ter omkransing van raampartij.


Sint-Lievens-Houtem: Nieuwveldkruis ingewijd